Na een dicht stuk bos…
…kwam ineens een open plek.
Het licht viel anders.
De lucht leek groter.
De horizon verder weg.
Ik bleef vanzelf even staan.
Pas toen besefte ik hoe donker het daarvoor eigenlijk was geweest.
Niet onprettig.
Niet bedreigend.
Maar wel dicht.
De bomen stonden dicht bij elkaar.
Takken hielden een deel van het licht tegen.
Mijn blik reikte niet verder dan het pad voor me.
Ik was eraan gewend geraakt.
Zo werkt het soms ook in ons leven.
We wennen aan drukte.
Aan spanning.
Aan een hoofd dat nooit helemaal stil wordt.
Aan altijd doorgaan.
We passen ons aan.
We leren functioneren met volle dagen en korte nachten.
Met verantwoordelijkheden die zich blijven opstapelen.
Met nauwelijks ruimte om te voelen hoe het werkelijk met ons gaat.
Tot er ineens een open plek ontstaat.
Een vrije middag.
Een wandeling zonder haast.
Een gesprek waarin niets hoeft.
Een moment waarop niemand iets van je vraagt.
En pas dan voel je hoeveel je hebt gedragen.
Je adem wordt dieper.
Je schouders zakken.
Er ontstaat weer ruimte om om je heen te kijken.
Rust laat niet alleen zien hoe mooi stilte is.
Rust laat ook voelen hoeveel lawaai eraan voorafging.
Misschien hebben we daarom af en toe een open plek nodig.
Niet om voorgoed aan de drukte te ontsnappen.
Maar om weer te ervaren hoe ruimte voelt.
Zodat we bewuster kunnen kiezen hoeveel dichtheid we toelaten wanneer we verdergaan.